Op wie zijn de beschermingsmaatregelen van de telecomwet precies van toepassing ?

Het antwoord verschilt naargelang het geval.

Soms heeft de wetgever alle partijen die contracteren met een operator willen beschermen: in dat geval gebruikte hij de term “abonnee”.

Dit is bijvoorbeeld het geval voor de verplichte vermeldingen in een telecomcontract.

In andere gevallen heeft hij slechts de partijen willen beschermen die zich in een aanzienlijk zwakkere positie ten opzichte van de operator bevinden.

Soms wenste de wetgever vooral consumenten te beschermen of in te lichten. Dat zijn de personen die een telecommunicatiedienst vragen of gebruiken voor louter privédoeleinden.

Zo gaat de tariefvergelijker over de tariefplannen die de operatoren aan consumenten verkopen.  

Wanneer de wetgever naast de consumenten ook de kleine zelfstandigen en ondernemingen wou beschermen (bv. bij de beperking van de opzegvergoedingen), gebruikte hij de termen  “abonnee met maximum 5 oproepnummers”.

Grote bedrijven (multinationals, ziekenhuizen, enzovoort) vallen dan niet onder de beschermingsmaatregelen.

De bvba van de bakker of de slager om de hoek, die een contract met twee telefoonlijnen met bijhorende nummers heeft afgesloten, wel.

Dit onderscheid tussen kleine zelfstandigen en ondernemingen en grote bedrijven geldt ook voor de internetcontracten (hoewel men daar als abonnee geen oproepnummer(s) krijgt toegewezen).